Naar inhoud

Het NK Trail 2026 liep net zo weinig volgens plan als m'n zomer

Race reflectie over het NK Trail Lange Afstand 2026 tijdens de Zevenheuvelen Trail: achttien weken trainen volgens een schema dat bijna nooit klopte, een gemiste verzorgingspost en wat bijsturen je oplevert in een lange race.

1 oktober 2026
Hardloper met rugnummer 56047 en trailvest op een smal bospad tussen herfstbomen tijdens de Zevenheuvelen Trail

Achttien weken lang stond in TrainingPeaks precies wat ik moest doen: hoe lang, hoe hard en op welke dag de lange duurloop. Vandaag staat er maar één ding: 56 kilometer, het NK Trail Lange Afstand tijdens de Zevenheuvelen Trail bij Nijmegen. Van al die weken ging er bijna geen enkele volgens schema, en met dat gevoel sta ik aan de start. Hoe vaker ik deze zomer moest bijsturen, hoe meer ik ging twijfelen of het nog wel genoeg was. Over een paar uur weet ik het.

Hard lopen met een rustige hartslag

Ik loop op gevoel en kijk vooral naar m’n hartslag. Op m’n tempo let ik nauwelijks, want m’n vermogenszones en hartslagzones kloppen al weken niet meer met elkaar. Ik ren alsof m’n leven ervan afhangt, en toch blijft m’n hartslag keurig waar ik hem wil hebben.

Die rustige hartslag komt niet uit het niets. Na de Koning van Spanje deed ik eerst een paar weken rustig aan, maar daarna wilde ik structuur. Eind mei begon ik daarom aan een trainingsschema van 80/20 Endurance, achttien weken lang en helemaal gericht op dit NK. Het was ook m’n eerste volledige trainingsblok sinds ik na Chianti met CrossFit was gestopt.

Krachttraining deed ik nog wel, maar dan gericht op hardlopen en gepland rond de belangrijkste looptrainingen. Daardoor herstelde ik sneller en hield ik meer energie over voor tempotrainingen. Begin juli, na een steady state run van ruim een uur, schreef ik in TrainingPeaks: “Dit ging nou even potverdorie lekker!” Het plan werkte, zolang de zomer tenminste meewerkte.

Toen bemoeide de zomer zich ermee

Eind juni werd het tropisch. Eén keer kon ik alleen op het heetst van de dag lopen, bij 33 graden, dus die training liet ik schieten. De dag erna, na de warmste nacht ooit gemeten, ging ik vroeg op pad voor een temporun, en toch moest ik de tempoblokken nog inkorten.

Een maand later reden we twaalf uur naar een camping aan de Franse kust. De volgende ochtend liep ik daar m’n lange duurloop, over een smal kustpad vol bochten en trappen. Tempo maken kon daar gewoon niet, dus versnelde ik pas in de laatste kilometer terug naar de camping. Niet volgens schema, maar het kon niet anders. En een paar dagen later had ik door de warmte zoveel last van m’n astma dat ik een training moest overslaan.

Ook terug in Nederland ging het niet vanzelf. M’n langste duurloop tot dan toe stond op het schema, met zoveel mogelijk hoogtemeters, maar door pech met de auto kon ik niet naar de heuvel waar ik die hoogtemeters wilde maken. Dus liep ik steeds hetzelfde rondje in de buurt, in de regen, tot ik m’n kilometers had. Zo ging het eigenlijk de hele zomer: ik schoof trainingen op, kortte ze in en ruilde een keer een loopje in voor een fietstocht. Elke aanpassing was op zich prima te verdedigen, maar alles bij elkaar was m’n schema één grote gatenkaas.

Ergens midden in de zomer begon ik daardoor te twijfelen. Niet of ik die 56 kilometer zou halen, maar of al die aangepaste duurlopen wel genoeg waren. Ze waren te warm of te kort, of ik liep ze ergens anders dan gepland. Eigenlijk best gek, want ik train nu eenmaal tussen werk, kinderen en vakanties door. Pas twee weken voor de race werd die twijfel kleiner, toen ik in vier uur 42 kilometer liep, rustig en met een hartslag die nauwelijks opliep.

TrainingPeaks-jaarplan van juni tot oktober: weekbelasting als staven per fase, van Preparation via Base en Build naar Peak, Race en Transition, met de fitnesslijn erdoorheen

Achttien weken schema, bijna geen week volgens schema

De verkeerde post, dacht ik

Rond kilometer 44 staat een verzorgingspost langs het pad. Een stuk van het parcours delen we vandaag met een trailrun van een andere organisatie, en volgens mij is dit hun post.

Ik loop door.

Achteraf blijkt het gewoon onze post te zijn. Niet veel later is m’n water op, en de laatste tien kilometer moet ik het zonder doen. Ik heb de hele zomer geoefend met gels, maar zonder een slok water krijg ik ze nauwelijks weg.

Geen man met de hamer, wel trappen

Dan verandert ook het parcours. In de laatste kilometers zitten opeens veel korte, steile klimmetjes en trappen, net als op dat kustpad in Frankrijk. Daar kon ik geen tempo maken, hier kan ik helemaal niet meer rennen, dus ga ik maar stevig doorlopen.

Als ik later de data bekijk, lijkt het alsof ik daar de man met de hamer tegenkwam: na kilometer 45 wandelde ik ruim een kwart van de tijd. Maar zo voelt het niet, en m’n hartslag zakt zelfs. Ik zit er niet doorheen. Het terrein laat me gewoon geen keus, en zonder water wordt het er ook niet makkelijker op. Dus doe ik wat ik de hele zomer al deed: bijsturen. Doorlopen waar rennen niet meer gaat, en weer rennen zodra het kan. Zo kom ik als negentiende over de finish, in 5:16:37.

Kaart van het parcours tussen Nijmegen en Groesbeek met kilometermarkeringen, daaronder het hoogteprofiel met hartslag en tempo over 58 kilometer

Heuvelland rond Nijmegen, met het meeste klimwerk in de laatste kilometers

Misschien was die rommelige zomer de beste voorbereiding

Ik baal een beetje dat het niet onder de vijf uur werd. Hoeveel tijd die gemiste post me heeft gekost, weet ik niet, en dat ga ik ook niet uitrekenen. Interessanter vind ik de vraag waarmee ik aan de start stond: was een trainingsblok vol aanpassingen genoeg? Voor de eerste veertig kilometer zeker. En op de laatste achttien had ik misschien juist het meest aan al dat bijsturen, want hoe langer een race duurt, hoe groter de kans dat er iets gebeurt waar je niet op had gerekend. Daar kun je niet op trainen. Je kunt wel leren bijsturen als het anders loopt, en dat heb ik deze zomer meer dan genoeg geoefend.

Vijf weken na het NK sta ik aan de start van de Cauberg Trail, in Zuid-Limburg. Een andere trail op hetzelfde parcours is er dit keer niet, dat weet ik nu al, dus die verrassing kan ik afstrepen. Alleen reken ik er niet meer op dat de dag daarmee volgens plan verloopt. In zo’n lange race is er altijd wel iets wat je niet had zien aankomen, een helling die zwaarder is dan hij op de kaart lijkt of een gel die niet weg wil. Wat het deze keer wordt, staat in geen enkel schema.

Hardloper met rugnummer 56047 en trailvest op een bospad vol herfstbladeren, met een flask in de hand en twee lopers vlak achter zich
AuteurRobin van der VleutenHybride atleet uit de lage landen, onderweg naar de UTMB. Schrijft over kracht, duinen en doorgaan. Meer over mij

Verder lezen

Alle artikelen

Voor wie traint en twijfelt.

Wat ik onderweg leer over kracht en uithouding. Zonder omweg.

Geen spam. Uitschrijven kan altijd.

Lees het laatste artikel