Naar inhoud

Alles onder controle, tot Chianti 2026 dat testte

Wat de Chianti Marathon Trail 2026 liet zien over controle, data, kleine fouten, vermoeidheid en efficiënt blijven bewegen op lange trails.

14 april 2026
Hardloper met wedstrijdnummer en trailvest tijdens de Chianti-trail, Toscaanse heuvels op de achtergrond

Ik had een plan en ik had de data. Weken vol kilometers, hoogtemeters en trainingsbelasting wezen allemaal dezelfde kant op, dus alles leek te kloppen. Tot ik na dertig kilometer in de Toscaanse zon merkte dat die cijfers me weinig hadden gezegd over hoe lang ik soepel kon blijven lopen.

De data was niet fout. Alleen vroeg de race iets wat ik vooraf niet kon zien, en ik had alles zo mooi onder controle dat ik vergat te vragen wat er buiten beeld bleef.

Meten maakte twijfel kleiner

Ik begon aan deze voorbereiding met een duidelijk idee: als ik mijn training goed opbouwde, de belasting slim doseerde en mijn tempo realistisch inschatte, dan zou die goede race vanzelf komen. Vermogen, hartslag en trainingsload gaven me houvast, en ook rust, want zolang ik alles mat, had ik weinig reden om te twijfelen.

Gaandeweg veranderde dat. De data klopte wel, maar ik ging er ongemerkt steeds meer op vertrouwen. Daardoor trainde ik beter, en tegelijk bleef mijn onzekerheid klein. Maar op je data sturen is iets anders dan jezelf wijsmaken dat controle hetzelfde is als goed voorbereid zijn, en ik zat dichter bij dat laatste dan ik toen wilde toegeven.

Het trainingsblok zelf was gewoon goed. Trailrunning was de basis, met CrossFit ernaast voor kracht en belastbaarheid. Ik liep lange duurlopen van bijna vier uur, maakte flink wat hoogtemeters en mijn Pw:Hr-drift bleef laag. Het plaatje klopte, en juist daardoor vroeg ik me steeds minder af wat er nog ontbrak.

Mijn conditie werd beter, maar dat zei nog niet alles

Al die cijfers lieten zien dat mijn motor sterk genoeg was. Over iets anders zeiden ze weinig: of ik urenlang kleine correcties kon blijven maken, en of ik na een zware klim weer licht en soepel kon lopen. Want daar gaat het langzaam mis. Een stabiele pas wordt nét iets zwaarder, en bij elke stap lekt er wat energie weg zonder dat je het merkt. Ergens wist ik dat wel, alleen had ik er in mijn training nog niets mee gedaan.

TrainingPeaks-grafiek van de trainingsbelasting en vorm over de opbouw naar Chianti

18 weken rennen, tillen, vallen en weer opstaan

In de taperweken begon dat steeds meer te knagen. Mijn trainingsload daalde, mijn vermoeidheid nam af en alles wees erop dat ik frisser werd, maar zo voelde het niet. Vertrouwen groeit nu eenmaal niet netjes mee met je vorm. Soms heb je het gevoel dat je iets kwijtraakt, terwijl je lichaam juist de kans krijgt om te herstellen.

En onder die twijfel zat nog iets: ik wilde bevestiging. Zolang de cijfers goed waren, voelde ik me goed, en zodra ik minder te zien kreeg, begon ik te twijfelen. Dat is ook een van de redenen dat ik anders ben gaan kijken naar data, trainingssystemen en controle.

De race vóór Chianti gaf vertrouwen, iets te makkelijk

Twee weken voor Chianti liep ik de Sallandse Heuveltrail, 21 kilometer met amper 250 hoogtemeters, en werd ik negende. Geen hoofddoel, maar wel een belangrijk moment, want ik liep weer eens een wedstrijd in plaats van een training en voelde hoe het is om tempo te maken, te reageren en te doseren. Die race gaf vertrouwen, maar liet vooral zien dat alles goed genoeg was, zonder te testen wat Chianti later zou vragen.

Kaart van het parcours van een trailrace op de Sallandse Heuvelrug bij Nijverdal, met daaronder het hoogteprofiel, tempo en hartslag

Een mooi parcours, maar minder stevige heuvels dan de grafiek doet vermoeden

In de laatste weken voor Chianti liet ik ook het idee van een strak pacingplan steeds meer los. Ik wist ongeveer waar mijn vermogen moest zitten en welke hartslag realistisch was, maar een trailrace als deze loop je nooit netjes volgens schema. Het terrein bepaalt het tempo en je lichaam reageert daar voortdurend op. Daarom stuurde ik niet meer op vaste getallen maar op bandbreedtes: minder controle afdwingen, meer ruimte om bij te sturen.

Dat gaf rust, al zie ik achteraf ook wat ik daarbij te makkelijk aannam. Ik ging ervan uit dat sommige dingen zich tijdens de race vanzelf zouden oplossen. Het leek heel volwassen, maar eigenlijk was het ook gewoon een beetje gemakzucht.

Het parcours bleek anders dan ik had verwacht

Al snel merkte ik dat het parcours anders was dan ik het me had voorgesteld. Er zaten geen lange, overzichtelijke klimmen in waarop je rustig in je ritme komt, maar vooral korte stukken die elkaar steeds afwisselden. Op en neer, telkens opnieuw versnellen, corrigeren en terugschakelen. Technisch was het niet extreem, maar wel zo onrustig dat ik nooit helemaal ontspannen kon lopen, en dat begon langzaam door te werken.

Hardloper met rugnummer 3286 en stokken op een grindpad tussen olijfbomen, een tweede loper erachter

Tot ongeveer kilometer 30 ging alles zoals ik had gehoopt. Mijn hartslag bleef stabiel, mijn vermogen zat goed en conditioneel had ik het verrassend makkelijk. Daarna sloeg het om, zonder dat er iets dramatisch gebeurde. Ik ging niet stuk en liep niet leeg, het ging alleen minder soepel. Na elke klim liep ik wat zwaarder, en in de afdaling erna moest ik weer licht en soepel zien te lopen. Dat schakelen kostte steeds meer energie, en daarvoor had ik aan conditie alleen niet genoeg.

Een race kantelt zelden door grote fouten

Voor het stuk tussen de tweede en derde verzorgingspost verkeek ik me ook nog: ik had te weinig drinken meegenomen. Geen grote misser, maar wel genoeg om het laatste stuk naar die post onnodig krap te maken. Achteraf denk ik niet dat dat toeval was. Na een goede voorbereiding verslapt ergens je scherpte, omdat je erop vertrouwt dat de grote lijnen wel kloppen. Een trailrace kantelt vaak door kleine dingen die zich opstapelen: een paar slordige passen, iets te weinig drinken, bij elke overgang net wat meer energie kwijt. En het lastige is dat je die dingen juist over het hoofd ziet omdat je denkt dat je genoeg weet.

De race testte iets anders dan ik had voorbereid

Als ik nu terugkijk, zie ik wel waar het verschil zat. Mijn conditie was goed genoeg, maar de race draaide om iets anders: hoe zuinig ik bleef bewegen terwijl de vermoeidheid opliep, en hoe mijn lichaam omging met dat eindeloze schakelen tussen klimmen, afdalen en weer op gang komen.

Kaart van het Chianti-parcours in Toscane met daaronder het hoogteprofiel en de klimmen

Het lijken acht stevige klimmen, maar het zijn er twee keer zoveel, kort en rommelig

Ik finishte in 5:24:04, op papier een prima resultaat. Wat me vooral is bijgebleven, is hoe die race voelde: een reeks kleine aanpassingen, steeds weer schakelen, corrigeren en opnieuw een ritme zoeken. Ergens onderweg liep ik tegen het parcours aan, en tegen wat ik vooraf allemaal had aangenomen.

Hardloper met rugnummer 3286 komt over de finish op een geplaveide straat, met Chianti Ultra Trail-vlaggen langs de kant

Lange trails testen hoe lang je blijft opletten

In mijn volgende trainingsblok wil ik daarom niet nóg meer duur, maar specifieker werk: meer spieruithoudingsvermogen, soepel blijven lopen als ik al moe ben, en vooral die overgang van zwaar naar licht die in Chianti de doorslag gaf.

Maar tijdens Chianti veranderde er ook iets anders. Aan het begin draaide deze voorbereiding vooral om de vraag hoe snel ik deze race kon lopen. Gaandeweg werd dat een andere vraag: hoe lang kan ik goed blijven bewegen als het niet meer vanzelf gaat? Daar had mijn data geen antwoord op. Volgens de cijfers had ik alles onder controle, en tot kilometer 30 klopte dat ook. Daarna hing het af van hoe goed ik bleef opletten, en dat is juist lastig als je voorbereiding je zo gerust heeft gemaakt.

AuteurRobin van der VleutenHybride atleet uit de lage landen, onderweg naar de UTMB. Schrijft over kracht, duinen en doorgaan. Meer over mij

Verder lezen

Alle artikelen

Voor wie traint en twijfelt.

Wat ik onderweg leer over kracht en uithouding. Zonder omweg.

Geen spam. Uitschrijven kan altijd.

Lees het laatste artikel